Afdrukken

Gebitsverzorging

kleinekinderen1Het tandglazuur van kleine kinderen is nog niet zo sterk als dat van volwassenen. Een goede gebitsverzorging van uw kind is dus belangrijk en begint zodra de tandjes doorbreken. Op dat moment kunt u beginnen met het eenmaal daags poetsen met een fluoride-bevattende peutertandpasta en kindertandenborstel. Vanaf het tweede jaar poetst u tweemaal per dag. Voordat de tandjes doorbreken, hoeft u niets speciaals te doen.

Eetgewoonten en snoepen

Baby’s zuigen graag. Niet alleen omdat dit een instinct is en ze op deze manier voedsel binnen krijgen, maar ook omdat het kalmerend werkt. Merk je dat je kind echter op zijn of haar vingertjes of duimpje wil zuigen, probeer dan of het in plaats daarvan op een fopspeen wil zuigen. Duimzuigen is namelijk veel moeilijker af te leren dan speenzuigen en bovendien kan duimzuigen op latere leeftijd de stand van het gebit en de kaak beinvloeden.

Probeer uw kind ook te wennen aan het drinken uit een drinkbeker in plaats van de zuigfles. Het langdurige sabbelen uit een zuigfles gevuld met zoete vloeistoffen (sap, melk) kan namelijk ernstige cariës veroorzaken. De meeste kinderen lukt het vanaf een leeftijd van negen maanden te leren drinken uit een drinkbeker. Geef het kind ook geen flesje of zoete speen mee naar bed.

Kinderen snoepen graag, maar vaak snoepen verdeeld over de dag kan ernstig tandbederf veroorzaken. Het is daarom verstandig om eventueel snoep in één keer te geven in plaats van verdeeld over de dag. Probeer ook uw kind aan te leren dat een tussendoortje zoals bijvoorbeeld een blokje kaas of boterham met hartig beleg ook lekker kan zijn.

Mondademhaling

Duimen, speenzuigen en door de mond ademen komen vaak samen voor. De mond blijft vaak openstaan als na het inslapen de duim uit de mond zakt. Mondademhaling kan een gewoonte worden en problemen veroorzaken:

  • afwijkende stand van kaken en/of gebit;
  • verandering van de vorm van het gezicht;
  • verhoogde vatbaarheid voor luchtweginfecties, keel- en oorontsteking;
  • onduidelijk spreken.

Het is belangrijk deze gewoonte zo snel mogelijk af te wennen. Probeer als je kindje ligt te slapen de lippen dicht te drukken en de kin op te lichten om het neusademen te bevorderen. Dit is wel een lastig proces.

Tip: maak een spelletje van het neusademhalen: ruik eens aan een bloem of probeer samen met je kind door de neus in te ademen en daarna te neuriën.

Het eerste tandartsbezoek

Als uw kind 3 á 4 jaar oud is, mag het voor het eerst naar de (school)tandarts. U kunt uw kind echter voor die tijd al een beetje laten wennen door het een paar keer mee te nemen naar de tandarts wanneer u zelf bijvoorbeeld voor een halfjaarlijkse contrôle wordt verwacht.

U kunt uw kind de eerste keren bij u op schoot nemen wanneer de tandarts alleen eventjes in de mond van uw kind kijkt, maar verder niets doet. De tandarts kan met uw kind samen de tandjes tellen en met een zacht borsteltje de tandjes poetsen of polijsten. Lukt het niet meteen de eerste keer, dan is dat niet erg. Volgende keer beter!

Leg van tevoren spelenderwijs aan het kind uit wat er gaat gebeuren en waarom, zodat uw kind er niet van schrikt. Waarschuw uw kind in ieder geval niet dat het niet bang hoeft te zijn. Deze waarschuwing kan juist heel beangstigend werken op kleine kinderen.

Als uw kind eenmaal zelf bij de tandarts komt, zal deze vaak wat meer de tijd nemen om uw kind in alle rust te kunnen laten wennen.

Wisselen

Bron: Tips & Trends, derde editie, NMT, 2001.

Het melkgebit en het blijvende gebit breken beide langzaam door. Dat gebeurt op een natuurlijke manier die qua vorm en groeitijd voor iedereen anders is. Zo verschijnt het melkgebit tussen drie en dertig maanden na de geboorte. Het blijvende gebit volgt het melkgebit op tussen het zesde en elfde jaar. Er is dus geen norm voor het ontstaan van het gebit.

Een gaaf melkgebit is de basis voor een gezond blijvend gebit. Het melkgebit houdt als het ware de plaats vrij voor de blijvende tanden en kiezen. Als bijvoorbeeld ten gevolge van cariës melktanden en -kiezen verloren gaan, kan het gebeuren dat het blijvende gebit niet goed in de tandboog komt te staan.

Het verloop van de ontwikkeling van het gebit en de manier waarop tanden en kiezen groeien is vaak een bron van vragen van ouders. Het kan zijn dat er bijvoorbeeld een melksnijtand scheef doorkomt. Dat staat wat merkwaardig in het begin, maar vaak zult u zien dat de tand zich geleidelijk zal gaan voegen in de rij andere tanden. Hij wordt als het ware door de lip en de tong in de juiste richting geduwd. Ook een blijvende snijtand die een beetje aan de tongkant van de melkvoorganger doorkomt, is niet erg. Ook die komt vanzelf weer op zijn juiste plaats terecht. En als de opvolger al naar buiten komt terwijl de melkvoorganger er nog staat? Ook dat komt meestal goed. Het is alleen een vreemd gezicht: tijdelijk twee tanden op de plaats van één.

Anders wordt het als er sprake is van een echte afwijking in de ontwikkeling van het gebit of als bijvoorbeeld de kaak geen goede stand heeft. Dan is het zaak om op tijd iets te doen aan zulke variaties van de natuur die later voor problemen kunnen zorgen. Maar dat ziet de tandarts wel bij de halfjaarlijkse controle van het gebit. Soms is een beugel dan de oplossing. Deze kan door de orthodontist worden aangemeten. Of en wanneer een beugel noodzakelijk is, hangt van veel zaken af. Dat kan de tandarts u ook vertellen.

Tabel: Gemiddelde leeftijd waarop het melkgebit doorbreekt (in maanden) *

tanden bovenkaak onderkaak
eerste tand 10 8
tweede tand 11 12
hoektand 19 20
eerste kies 16 16
tweede kies 28 26


* Doorbraak melkgebit bij meisjes later dan bij jongens